1. Inleiding
Op 25 mei 2011 deed de rechtbank Amsterdam een belangrijke uitspraak over de relatie tussen een artiest en zijn boeker. Deze relatie was in dat geval volgens de rechtbank Amsterdam te kenmerken als een relatie tussen een agent en een principaal, oftewel de boekingsovereenkomst is een agentuurovereenkomst (!).
Op grond van welke feiten en omstandigheden de rechter tot deze conclusie komt, is niet duidelijk. De rechter besteedt daar in het vonnis weinig aandacht aan in zijn beslissing. Het is daarom niet duidelijk of iedere boekingsovereenkomst als een agentuurovereenkomst is aan te merken en welke factoren daarbij doorslaggevend zijn.
Ervan uitgaande dat de boekingsovereenkomst een agentuurovereenkomst is, zijn de (praktische) gevolgen voor de artiest én de boeker van groot belang. Bij beëindiging van de samenwerking kan de artiest geconfronteerd worden met een flink bedrag dat aan de boeker betaald moet worden als goodwillvergoeding (in de uitspraak € 60.000) en eventueel een schadevergoeding als de samenwerking onregelmatig is beëindigd (in de uitspraak € 42.905,17).
In deze bijdrage zal ik de gevolgen van de uitspraak van de rechtbank Amsterdam duidelijk maken. Daarbij zal ik eerst aandacht besteden aan de praktijk. Vervolgens aan het juridisch kader. Tot slot zal ik een aantal tips geven.
2. De praktijk
In de praktijk komt het vaak voor dat er tussen een artiest en zijn boeker geen schriftelijke overeenkomst is. Het blijft bij wat afspraken (per e-mail of mondeling) over bijvoorbeeld percentages. Vervolgens wordt de naam en foto van de artiest op de website van de boeker gezet en de samenwerking tussen partijen is een feit.
De bekende Volendamse manager / boeker Jaap Buijs heeft in de media aangegeven met geen enkele artiest uit zijn “stal” een contract te hebben. Natuurlijk begint iedere samenwerking tussen partijen met vertrouwen in de ander. Maar wat als het mis gaat en de samenwerking wordt door één van de partijen beëindigd?
Zo makkelijk als de boekingsovereenkomst wordt aangegaan, zo makkelijk wordt deze beëindigd. Een mailtje of telefoontje met een opzegging en de foto van de artiest gaat weer van de website van de boeker af en partijen leven nog lang en gelukkig.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam maakt duidelijk dat de beëindiging van de samenwerking tussen een artiest en een boeker de nodige risico’s met zich meebrengt. Met name als partijen hierover geen duidelijke afspraken maken en de afspraken niet op papier zetten.
In het strakke regime van de agentuurovereenkomst kan een goede overeenkomst tussen de artiest en de boeker en/of kennis van de dwingend rechtelijke regels, er voor zorgen dat partijen bij beëindiging van de samenwerking minder snel schadeplichtig naar de ander zullen zijn. Ten minste, als de overeenkomst niet in strijd is met dwingend recht en door partijen (ook bij beëindiging) wordt nageleefd.
Aan welke regels dienen partijen zich te houden bij de beëindiging van de samenwerking als de boekingsovereenkomst een agentuurovereenkomst is?
3. Juridisch kader
Een agentuurovereenkomst is een overeenkomst tussen een principaal en een agent, waarbij de principaal en de agent overeenkomen dat de agent voor (on)bepaalde tijd tegen een beloning bij de totstandkoming van overeenkomsten tussen de principaal en een derde (klant) bemiddelt.
Schematisch ziet dit er als volgt uit:
Agentuurovereenkomst
Overeenkomst
Het maakt niet uit welk kopje partijen boven de overeenkomst zetten. Als de overeenkomst voldoet aan de voorwaarden van een agentuurovereenkomst, dan geldt het wettelijk regime van de agentuurovereenkomst. Daarvan kan niet worden afgeweken.
In de relatie tussen een artiest en boeker ziet dit er als volgt uit:
(mondelinge) overeenkomst
Overeenkomst
Uit de uitspraak volgt dat het regime van de agentuurovereenkomst van toepassing is op de (mondelinge) boekingsovereenkomst. Hierdoor zijn de volgende aandachtspunten voor partijen van belang, namelijk: a) de opzegtermijn, b) de gevolgen van een onregelmatige opzegging en c) de vergoeding die de artiest bij beëindiging aan de boeker moet betalen, de zogenaamde goodwill of klantenvergoeding.
a. Opzegtermijn
Een agentuurovereenkomst moet worden opgezegd met inachtneming van de wettelijk geregelde opzegtermijnen. Deze opzegtermijnen zijn van dwingend recht; dat wil zeggen dat hiervan niet bij overeenkomst van kan worden afgeweken. Wordt de opzegtermijn niet in acht genomen, dan is er sprake van een zogenaamde “onregelmatige opzegging”. De gevolgen hiervan behandel ik hierna.
Ik raad partijen aan om in de boekingsovereenkomst een opzegtermijn op te nemen. Een overeengekomen opzegtermijn mag korter zijn dan de opzegtermijn die geldt indien partijen geen opzegtermijn overeengekomen zijn. De opzegtermijn is in alle gevallen afhankelijk van de duur van de overeenkomst.
Indien partijen niets zijn overeengekomen over de opzegtermijn, dan geldt het volgende:
Looptijd agentuurovereenkomst Minimale opzeggingstermijn
Tot drie jaar Drie maanden
Vanaf drie tot zes jaar Vier maanden
Zes jaar en langer Vijf maanden
Indien de overeenkomst wel een opzegtermijn bevat, dan geldt het volgende:
Looptijd agentuurovereenkomst Minimale opzeggingstermijn
Tot één jaar Eén maand
Eén tot drie jaar Twee maanden
Drie jaar en langer Drie maanden
b. Onregelmatige opzegging en schadevergoeding
Voor de artiest en de boeker geldt dat wanneer één van hen de agentuurovereenkomst opzegt zonder rekening te houden met de geldende opzeggingstermijnen, die partij in de meeste gevallen een schadevergoeding aan de andere partij zal moeten betalen. Er is dan sprake van een zogenaamde “onregelmatige beëindiging” van de agentuurovereenkomst. Dit is anders indien er dringende omstandigheden voor de opzegging zijn.
c. Goodwill / klantenvergoeding
Ook indien de agentuurovereenkomst op een juiste wijze eindigt, geldt als hoofdregel dat de artiest een vergoeding verschuldigd is aan de boeker. De wet spreekt in dit geval van een klantenvergoeding, hetgeen ook wel als een goodwillvergoeding wordt aangemerkt.
De wettelijke regels over de goodwillvergoeding bij beëindiging van de overeenkomst zijn van dwingend recht. Er kan dus niet van worden afgeweken. De rechter kijkt bij het bepalen van de hoogte van deze vergoeding naar alle omstandigheden. Factoren die daarbij een rol spelen zijn bijvoorbeeld:
• het voordeel dat de artiest geniet na het einde van de overeenkomst door de inspanningen van de boeker;
• de provisie die de boeker gedurende de looptijd van de overeenkomst heeft ontvangen (en die de boeker na beëindiging van de samenwerking misloopt);
• de duur van de overeenkomst;
• reden van beëindiging.
In de specifieke relatie tussen een artiest en een boeker kan ik me voorstellen dat de rechter bij het bepalen van de “billijke” goodwillvergoeding, in zijn afweging rekening zal houden met omstandigheden, zoals:
• de wijze waarop de artiest door de boeker is gepromoot (alleen in combinatie met andere artiesten in een e-mail aan een al bestaande mailinglist van zaaltjes, of er is nagebeld et cetera);
• de hoogte van de gages;
• de netto winst van de artiest uit de boekingen (deze kan voornamelijk bij beginnende artiesten nihil zijn, ook na een groot aantal optredens).
De goodwillvergoeding bedraagt maximaal de provisie van 1 jaar. De hoogte wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de jaarprovisie van de boeker van de laatste 5 jaren, of (indien de overeenkomst korter heeft geduurd) de gemiddelde jaarprovisie gedurende de samenwerking.
Het recht op de goodwillvergoeding is gebonden aan een korte vervaltermijn. De boeker moet binnen één jaar na beëindiging van de agentuurovereenkomst hebben meegedeeld aanspraak te willen maken op een goodwillvergoeding. Indien deze – vormvrije – mededeling binnen één jaar uitblijft, vervalt de aanspraak op de goodwillvergoeding.
4. Tips
Het is niet duidelijk welke omstandigheden doorslaggevend zijn om de boekingsovereenkomst aan te merken als agentuurovereenkomst. Afhankelijk van hoe de samenwerking tussen partijen er in de praktijk aan toe gaat, is het goed mogelijk dat niet iedere relatie tussen een artiest en zijn boeker door het agentuurregime wordt beheerst.
Bij de vraag of het agentuurregime van toepassing is kan een rol spelen wie de boekingsfee betaalt (de klant / zaal of de artiest), hoe duurzaam en exclusief de relatie tussen de artiest en boeker is en of de boeker en de artiest hun samenwerking (met alle andere betrokken partijen) op basis van een 360 graden deal, in een joint venture hebben vorm gegeven.
Als de relatie binnen het agentuurregime valt, is het van belang om bij het aangaan van een boekingsovereenkomst een opzegtermijn overeen te komen. Hierdoor is deze korter dan wanneer partijen hierover niets hebben afgesproken. Om er voor te zorgen dat de partij die de samenwerking beëindigt niet schadeplichtig is, moet bij beëindiging van de samenwerking rekening gehouden worden met deze opzegtermijn.
Om het agentuurregime te vermijden kan een artiest (die in een 360 graden deal met zijn boeker en dan veelal ook manager en platenmaatschappij zit of van plan is om een dergelijke deal te sluiten) een joint venture met al deze partijen (waaronder de boeker) starten in de vorm van bijvoorbeeld een vennootschap onder firma (V.O.F.). Iedere partij brengt vervolgens zijn arbeid / dienstverlening et cetera, in de gezamenlijke joint venture in. Door de boekingsactiviteiten in die joint venture in te brengen, is er geen sprake meer van een principaal / agent relatie. Op deze wijze kan zowel de opzegtermijn, eventuele schadeplichtigheid bij een onregelmatige opzegging en de goodwillvergoeding worden vermeden.
Ook de praktische invulling van de samenwerking kan aanknopingspunten bieden om aan het agentuur regime te ontsnappen. Bijvoorbeeld door overeen te komen dat de artiest geen vergoeding aan de boeker verschuldigd is, maar het de boeker vrij staat een redelijke vergoeding bij de klant te bedingen. De klant is dan gehouden de vergoeding van de boeker voor zijn bemiddeling te betalen.
Daarnaast kunnen partijen overeenkomen dat de relatie niet exclusief en duurzaam is, bijvoorbeeld door korte contracten aan te gaan voor een specifiek aantal optredens in vooraf bepaalde zalen. Door de samenwerking zo in te kleden kan de artiest stellen dat de relatie met de boeker geen vaste betrekking was, zodat er geen sprake is van een agentuurovereenkomst.
Doordat de rechter zich nog (bijna) nooit over de relatie tussen een boeker en een artiest heeft uitgelaten, laat staan een hoge rechter, zal de toekomst moeten uitwijzen of iedere boekingsovereenkomst een agentuurovereenkomst is en / of welke factoren bij de beoordeling daarvan doorslaggevend zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten